|
|||||||||||||||||||||||||
| Home |
|
Koi een naam geven.htm; Calla palustris L.,1753AfprintenGoudvisjes en goudwindes kunnen veel mensen aanwijzen, daarom niet bij hun wetenschappelijke Latijnse naam maar toch kunnen veel mensen zeggen dit is een goudvis of een goudwinde. Bij het zien van de prachtige gekleurde vissen bij de koi dealer of koi show ligt het geven van een naam niet zo éénvoudig. Het zijn koi (Nishikigoi) of ook nog kleurkarpers of sierkarpers genoemd maar er is meer over te vertellenDit artikel is speciaal geschreven voor beginnende koi liefhebbers die graag een woordje koi meepraten bij de koi dealer of koi show. Enkel de basis naamgeving komt aan bod. Ik ga niet diep graven in de verschillende variëteiten of de eisen waaraan een koi moet vuldoen. Het meervoud van KoiDe meervoudsvorm van koi is gewoon koi. Geen koi’s, kois of koien. Je zegt dus “Ik heb 10 koi in mijn vijver en niet ik heb 10 koi’s. Enkele vertalingenVooraleer we beginnen met het geven van een naam kennen we best enkele basis vertalingen:
Basiskleuren en patronenElke koi heeft een basiskleur of ook achtergrondkleur genoemd. De basiskleur kan wit, zwart of een andere kleur zijn. Je kunt de basiskleur bestempelen als een soort van hoofdkleur. Sommige koi hebben meer dan 1 kleur op hun lichaam. Twee, drie of meerdere kleuren. Deze kleuren kunnen we algemeen bestempelen als patronen (vlekken) die op een basiskleur liggen. Geschubde en niet geschubde koiKoi kan men in feite, afhankelijk van hun huidstructuur, ongeacht de kleuren en tekening verdelen in twee grote groepen: De volledig geschubde koi = Wagoi Koi hebben normaal op hun lichaam schubben maar bij sommige koi beperken de schubben zich tot twee rijen aan beide zijden van de rugvin en/of nog een rij schubben op de zijflanken. Deze koi zijn Doitsu koi. Bij vele hieronder genoemde koi variëteiten kunnen doitsu versies voorkomen. De naamgeving is dan ook éénvoudig en we plaatsen gewoon Doitsu voor hun eigenlijke naam. Met uitzondering van Shusui want dat is een Doitsu variant van de Asagi. De koi variëteitenEr zijn op dit moment 14 geklasseerde koi variëteiten. Binnen een variëteit kunnen koi dan nog eens andere benamingen (neven variëteiten) krijgen maar hier gaan we met dit artikel niet verder op in. Metaal- en niet metaalkleurige koiBij de 14 geklasseerde koi variëteiten zijn er zowel metaalkleurige koi en niet metaalkleurige. De niet-metaalkleurige koi worden vertegenwoordigd in 11 variëteiten en de metaalkleurige in 3 variëteiten. Namen gevenKohakuEen koi met een witte basiskleur waarop zich één of meerdere rode patronen (hi) bevinden noemt men een Kohaku. Het is een niet-metaalkleurige koi. Let op. Een witte koi, ook niet metaalkleurig maar enkel met rood op het hoofd is geen Kohaku maar een Tancho. SankeSanke is zijn verkorte naam maar officieel is het Taisho Sanshoku. Het is een niet-metaalkleurige koi met drie kleuren. Een witte basiskleur waarop zich grote rode patronen (hi) bevinden en waaraan kleinere zwarte spots zijn toegevoegd (sumi). ShowaOok dit is een korte naam voor de officiële Showa Sanshoku. Ook de Showa is een driekleurige koi zonder metaalkleur. De kleuren zijn ook wit, zwart en rood maar de Showa heeft een zwarte basiskleur. Verwar een Showa dus niet met een Sanke. Omdat de Showa een zwarte basis heeft zal deze kleur ook algemeen het meest aanwezig zijn. Bij de Sanke is het zwart minder talrijk aanwezig. TanchoTancho is een niet-metaalkleurige volledig witte koi met enkel en alleen een rood (hi) patroon op het hoofd. Verwar niet met een Kohaku. Er bestaat ook Tancho Kohaku, Tancho Sanke en Tancho Showa. Dit zijn koi waarvan je de beschrijving hierboven hebt gekregen maar waarbij het hoofd een apart rode vlek heeft en waarbij het rood van de rest van het lichaam weg is. BekkoEen Bekko is een tweekleurige koi, eveneens zonder metaalkleur. De basiskleur kan wit (shiro), rood (aka) of geel (ki) zijn waarop zich dan zwarte (sumi) patronen bevinden. Net zoals de Sanke zijn de zwarte patronen eerder spots (kleinere vlekken). De Bekko is te vergelijken met een Sanke maar waarvan één kleur ontbreekt. Er bestaat dus een Shiro Bekko, een Aka Bekko en een Ki Bekko. UtsurimonoUtsurimono’s kortweg Utsuri’s zijn niet-metaalkleurige koi bestaande uit twee kleuren waarvan zwart de basis is en waarop een wit (shiro), geel (ki) of rood (hi) patroon is aangebracht. Utsuri wordt vaak verward met een Bekko maar net zoals verschil Sanke versus Showa kunnen we hetzelfde vertellen over de Bekko versus Utsuri. Omdat de Utsuri een zwarte basis heeft zal deze kleur ook primeren. We kunnen een Utsuri dus vergelijken met een Showa maar waar één kleur van ontbreekt. AsagiEen Asagi is een niet-metaalkleurige, licht-blauwe koi waarvan de schubben een netpatroon vormen. Elke schub heeft een donkerblauw centrum en is afgeboord met een wit of lichtblauwe kleur. ShusuiDe Shusui is te vergelijken met een Asagi alleen is het schubpatroon anders. De Asagi beschikt over een volledig geschubd lichaam. De Shusui niet. De Shusui heeft aan beide zijden van de rugvin slechts twee rijen van grote blauwe schubben. Sommige Shusui’s hebben ook nog eens een rij van grote schubben op de zijflanken. Shusui kunnen we bestempelen als een Doitsu versie van de Asagi. KoromoKoromo is een niet-metaalglanzende koi waarbij de rode patronen (hi) overschaduwd zijn door een netpatroon. Vergelijk de Koromo met een Kohaku met een rood hi-patroon waarvan de rode zones bedekt zijn met een netpatroon. Het netpatroon wordt mogelijk gemaakt omdat de rode schubben een donkere rand hebben. Dit waren de gemakkelijke variëteiten. Onthoudt dat dit slechts een hoofdindeling is. Elke bovenstaande variëteit kan nog meerdere koi herbergen (neven-variëteiten) met elk hun specifieke naam. Bij Kohaku bijvoorbeeld hebben we nog benamingen zoals Nidan Kohaku (2 rode patronen), Sandan Kohaku (3 rode patronen) en zo verder maar dit zou het artikel te moeilijk maken. Het is vooral belangrijk dat je de basis herkennen van koi onder de knie hebt. KawarimonoNu wordt het een stuk ingewikkelder. Alle niet-metaalkleurige koi die niet in een erkende variëteit (hierboven) kunnen ondergebracht worden behoren tot de Kawarimono variëteit. Zo hebben we éénkleurige (niet-metaalkleurige) koi, kruisingen, eigenaardige koi en Karasugoi (zwarte koi) die allemaal in de groep van Kawarimono worden geplaatst.
Let wel, enkel de éénkleurige koi zonder metaalkleur behoren tot de groep van Kawarimono.
Er zijn nog veel meer koi binnen de Kawarimono variëteit. Na de niet-metaalkleurige koi aan bod te zijn geweest komen we nu bij de metaalkleurige koi. Het zijn koi die als het ware overgoten zijn met een vernislaag en dus extra blinken. De drie variëteiten die tot de metaalglanzende koi behoren kunnen we herkennen doordat de variëteitnaam voorafgegaan wordt door Hikari doch wordt bij de naamgeving net zoals bij de Kawarimono variëteit deze naam niet gebruikt en gebruikt men enkel de eigen naam van de koi. Men spreekt dus niet van een Hikari Mujimono Yamabuki Ogon maar gewoon van Yamabuki Ogon. Hikari Muji-monoHikari Muji zijn éénkleurige koi met een metaalglans. Ze zijn beter bekend als Ogons. Matsuba Ogon zijn Ogons waarbij de shubben een donkere kern hebben met lichte randen. De schubben geven een dennenappeleffect. Gin Matsuba is een zilverkleurige koi en de Kin Matsuba een goudkleurige. Er zijn nog andere koi die tot de Hikari Myjimono behoren. Hikari Moyo-monoHikari Moyo zijn meerkleurige koi met een metaalglans over de schubben. Het is een variëteit met koi die ontstaan zijn uit het kruisen van een Ogon met eender welke andere variëteit met een witte basiskleur. Binnen de Hikari Moyo variëteit zijn er ook nog de Hariwake koi. Het zijn koi met twee kleuren. Een platinum basis met een metaalglans in oranje of goud. Ook hier weer veel vertegenwoordigers maar Kujaku is de meest bekende.
Hikari Utsuri-monoMetaalglanzende koi. Hikari Utsuri is bekomen door het kruisen van een Ogon met een koi met zwarte basis (Showa of Utsurimono). De koi die tot deze variëteit behoren zien er uit als de niet-metaalglanzende showa of Utsurimono maar met dat verschil dat ze nu wel een metaalglans hebben. Hun naam Showa of (Shiro, Ki, Hi) Utsuri wordt dan voorafgegaan door Kin (indien ze een gouden metaalglans hebben) of Gin (als ze een zilver metaalglans hebben). We kunnen dus koi krijgen met de benaming Kin Showa, Kin Hi Utsuri enz. Kin Gin RinKin Gin Rin zijn de laatste koi variëteit. Het zijn niet-metaalglanzende koi maar waarvan de schubben een glinstering hebben. Kin (gouden) en/of Gin (zilveren) schubben op de rug. Hun volledige lichaam is dus niet bedekt door een glanslaag. Het zijn enkele schubben die erg opvallen doordat ze glinsteren. Koi met meer dan 20 glinsterende schubben mogen we Kin Gin Rin noemen. Kin Gin Rin kan in elke variëteit voorkomen en van zodra ze vuldoen om bij Kin Gin Rin te behoren plaatsen we Ginrin voor hun naam. Een Showa die meer dan 20 glinsterende schubben heeft noemen we zo Ginrin Showa om een voorbeeld te geven. Ik hoop met dit artikel de doulhof van allerlei koi namen en koi variëteiten toegankelijker te hebben gemaakt. Vanaf nu spreek je een mondje koi en hoort u bij de echte koifreak. Met de andere, uitgebreidere artikels kun je je verder verdiepen in deze materie. Door: Ief De Laender, bron: The Pond Library, 22 Juni 2003 |