|
|||||||||||||||||||||||||
| Home |
|
Gele lis, Iris pseudoacorus L., 1753.htm; Lysichiton americanusAfprintenSchoonheid op de grens van water en land, dat is onze inheemse moerasiris. De meizon streelt de flodderige bloemblaadjes langs. Weelderig is het zwaardvormige groen, puntend naar de hemelblauwte. Kluwend spreiden zich de wortels en ontdoen onze vijver van de laatste resten vervuiling. Het is een van de meest efficiënte waterzuiveraars.In dit artikel
Naam, groei en bloeiwijzeIris pseudoacorus wordt gele lis, gele iris, moerasiris of valse kalmoes genoemd. Het is een forse, baardloze iris (Apogoniris) uit Europa, West-Siberië, de Kaukasus, Noord-Afrika, Turkije en Iran met mooie middelgroene bladeren. De plant kan tot 2 m hoog worden. De zwaardvormige bladeren schommelen bij het kleinste briesje. Lange bladeren met parallelle nerven omhullen de stengel die zich bovenaan vertakt. In bovenaanzicht vormen de bloemen een gelijkbenige driehoek. Tegelijkertijd kan men zien dat de hele bloemstructuur beantwoordt aan de maat van drie: wanneer de drie kroonbladeren uitsteken buigen de drie onderste kelkbladeren naar beneden. Aan de binnenzijde van de bloem bemerken wij drie vruchtbladeren en drie meeldraden die aan elkaar vasthangen. De vrucht is een driehoekige, elliptische capsule met bruinachtige zaden. Zodra de wat op augurken lijkende vruchten rijp zijn barsten ze open en worden de vettige goudbruine zaden zichtbaar, die netjes op een rijtje liggen als een stapeltje damschijven. In het water gevallen drijven ze stroomafwaarts of door de actie van de wind ver weg van de moederplant. Uiteindelijk zakken ze weg en ontkiemen in het voorjaar. In de natuur verspreidt gele lis zich zowel door zaad als afgebroken stukken wortelstok.
Verzorging in de moerastuinGele lis groeit het liefst in ondiep water en rijke grond. Gele lis verdraagt schaduw maar een zonnige standplaats is het best. Een licht zuur milieu wordt geprefereerd. De grote pullen kunnen zeer indrukwekkend zijn, vooral naast blauw of paars bloeiende planten. Vanwege haar groeikracht poten wij gele lis voor vijvergebruik in grote manden (35 bij 35 cm). We zetten de manden ver genoeg uit elkaar om te vermijden dat de uitlopers van de ene naar de andere plant kruipen. Wat betreft de diepte zijn inheemse moerasirissen tulerant en verdragen tot zelfs 45 cm water boven hun kroon. Meestal zal men ze echter minder diep plaatsen, met de bovenzijde van de mand tussen 0 en 20 cm diepte. Zo om de drie jaar delen en verjongen wij de kluit. De planten zijn zo in de hand te houden, zulang ze zich niet uitzaaien. Het is daarom belangrijk de uitgebloeide stengels tijdig te verwijderen, met andere woorden voor het zaad vrijgegeven wordt. De zaaddozen zijn trouwens mooi te gebruiken in (droog)boeketten. VermenigvuldigenIris pseudoacorus vormt zware zaaddozen die in juli of augustus kunnen worden verzameld. Het 1000 zaden gewicht bedraagt 60 gram. De zaden blijven een lange periode drijven. De kiemrust wordt doorbroken door een koudebehandeling. Het zaad wordt vaak buiten in water bewaard gedurende de winter. In februari-maart wordt het gezonken zaad op een vochtige bodem gezaaid en in een (koude) serre gezet. Na enkele weken kiemen de zaden. Interessante cultuurvormen
Vul symbuliekDe gele lis stond model voor de 'fleur de lys' in het wapen van de Franse koningen. Het Merovingische leger, in oorlog met de Hunnen, ontdekte dank zij deze irissen een doorwaadbare plaats in de Rijn. Uit dankbaarheid kwam zij zo wellicht in het blazoen. Op de grafzerk van koning Dagobert (+639) figureert de gouden lis al en zal daarna al de gekroonde hoofden van Frankrijk sieren. De driedelige irisvorm werd het symboul van het christendom in de kruistocht van 1137 onder Louis VII en ze werd toen bekend onder de naam 'fleur de Louis' (bloem van Louis), wat daarna veranderde in 'fleur de luce' (bloem van licht). De naam verbasterde tot 'fleur de lys' en tot het huidige 'fleur de lis'. Kroningsgewaden, kerkelijke voorwerpen, kruisen en degelijke werden vaak van 'lelies' op een blauw veld voorzien. Dezelfde 'lelie', die dus eigenlijk een iris is, is ook het embleem van de padvinders. Dit embleem is tegelijkertijd de verfraaide vorm van het achtspakige zonnerad of jaardiagram (windroos) en de gestileerde zestallige bloem (lelie of iris). Het zestallige of dubbel-drietallige was voor de middeleeuwers het symboul van de heilige drievuldigheid. Daarom zijn drie- en zestallige bloemen heilige bloemen. In de fleur de lis ziet men de hemelse drieheid bovenaan, de drieheid der onderwereld onderaan en daartussen het aardvlak. Brussel en de moerasirisVandaag is de iris het symboul van het Hoofdstedelijk Gewest Brussel. Zij was aanwezig bij het ontstaan van Brussel, aan de oevers van de moerassen van weleer. Talrijk waren in die tijd de waters: Geleytsbeek, Kerkebeek, Leybeek, Maalbeek, Roodkloosterbeek, Vuylbeek… Reeds in 1924 vermeldde de 'Krant van Brabantse Fulklore' dat deze plant werd uitgekozen 'omdat ze in de moerassen groeit, net zoals de hoofdstad op de moerassige oevers van de Zenne geboren is' (R. Cornette). Nu leeft de gele lis er verder in de iristuin van het Kruidtuinpark. De oprukkende verstedelijking heeft slechts een paar van de vochtige gebieden intact gelaten, vooral in het Zoniënwoud, waar in het valleitje van de Vuylbeek de iris nog in het wild gedijt. Eens de keuze voor het embleem van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vastlag werd een grote openbare wedstrijd gehouden wat betreft de grafische weergave ervan. Er werd echter geen enkel ontwerp van de deelnemers door de jury aanvaard. Men besloot professionele tekenaars aan te spreken in verband met het ontwerp van het logo. Het ontwerp van Jacques Ridiez werd uiteindelijk aanvaard door de overheid. Dit 'nieuwe' symboul van Brussel is inmiddels goed gekend door de inwoners. Door: Guido Lurquin, bron: The Pond Library, 3 Juli 2002 |