
Fotograaf:
Laurence Föret ©. Bron:
The Pond LibrarySchaatsenrijders hebben een korte kop, fijne antennen en een redelijk ineengedrongen spilvormig lichaam. Schaatsenrijders hebben drie paar poten. De achterste poten worden meegesleept en dienen als roer, de middelste poten zijn lang en zorgen voor de voortstuwing. De voorste poten zijn vrij en dienen als mes en vork. De diertjes zijn voorzien van een dichte, luchthoudende, viltige beharing, bedekt met een dun waslaagje. Deze beharing is vooral aan de onderzijde goed zichtbaar en vormt een waterafstotende laag. Op te top van de voeten bevindt zich een zeer dicht kussentje waterafstotende haren. Dit alles bevordert de voortbeweging op het wateroppervlak. Een slag van hun roeipoten kan hen tot 1 meter ver over het water doen glijden.